Logo
Logo

De juiste keuze

Het is natuurlijk erg belangrijk zo snel mogelijk de meeste geschikte vorm van behandeling voor u te vinden. Dat kan binnen GGZ Veenendaal zijn, maar ook daar buiten. Deze ingewikkelde taak ligt vooral bij de huisarts, met hulp van anderen. Uw huisarts is de centrale persoon in uw behandeling.

 

De praktijkondersteuner GGZ

POH GGZ

De huisarts kan ook de praktijkondersteuner vragen te kijken wat er aan de hand is. Die kan vervolgens enkele steunende gesprekken bieden bij lichte problematiek, of kan de huisarts advies geven over de geschikte hulp.
De functie POH-GGZ betreft zorginhoudelijke ondersteuning van de huisartsenzorg aan alle patiënten met klachten van (mogelijk) psychische, psychosociale of psychosomatische aard. De praktijkondersteuner GGZ is meestal een sociaal psychiatrisch verpleegkundige of basispsycholoog.
Soms hebben huisartsen een eigen POH-GGZ. Een voordeel van de inzet van onze praktijkondersteuners is dat ze optimaal kunnen aansluiten wat er in de eventuele vervolgbehandeling nodig is.
Onder de functie POH-GGZ worden de volgende zorgactiviteiten begrepen.

Probleemverheldering betreft nader analyseren en uitdiepen van psychische, (psycho)sociale en (psycho)somatische klachten en de oorzaken van die klachten, aan de hand van een of meer gesprekken met de patiënt. Doorgaans zal het hierbij gaan om patiënten die zich recent hebben gemeld met nieuwe klachten. Hierbij kan ook screeningsdiagnostiek (bijv. gestructureerde interviews of vragenlijsten) worden ingezet.

Vervolgstappen kunnen betrekking hebben op verwijzing voor diagnostiek of behandeling buiten de huisartsenzorg, waarover de verantwoordelijk (huis)arts uiteindelijk moet beslissen.

Psycho-educatie bestaat uit het geven van voorlichting en het verstrekken van informatie aan de patiënt over klachten of een stoornis, de oorzaken ervan, en mogelijke oplossingen.

Wanneer met de patiënt overeengekomen wordt dat zelfmanagement een afdoende c.q. de beste aanpak is van de psychische klachten, kunnen contacten tussen GGZ-ondersteuner en patiënt nodig zijn ter begeleiding of ondersteuning van het zelfmanagement-programma, bijvoorbeeld om vragen te beantwoorden of vorderingen en mogelijke aanpassingen van het programma te bespreken. Hieronder valt ook de begeleiding van e-health trajecten.

Bij patiënten met psychische klachten is vaak geen sprake van een psychische ziekte maar wel van een vastlopen in het functioneren als gevolg van de problematiek. Kortdurende behandeling binnen de huisartsenzorg kan dan aangewezen zijn. Uitvoeren van interventies binnen dergelijke behandeling behoort tot de functie POH-GGZ. Deze interventies richten zich veelal op gedragsverandering en (begeleide) zelfhulp.

Interventies van geïndiceerde preventie hebben tot doel het ontstaan van een psychische ziekte of verdere gezondheidsschade te voorkomen. Alleen geïndiceerde preventie bij een individu met een hoog risico op een depressie, paniekstoornis of bij problematisch alcoholgebruik valt onder de Zvw.

Deze preventie richt zich op individuen met een (chronische) psychische ziekte op een of meerdere gezondheidsproblemen. Deze preventie heeft tot doel het individu te begeleiden en ondersteunen bij zelfredzaamheid, ziektelast te reduceren en verergering op tijd te signaleren c.q. voorkomen. Dit kan ook betrekking hebben op somatische co-morbiditeit. Zorggerelateerde preventie kan ook de vorm van casemanagement aannemen. Het gaat hierbij om casemanagement voor zover dit valt onder de verzekerde zorg. 3

Terugvalpreventie betreft een of enkele handelingen / gesprekken met individuen die samenhangen met een behandeling die zij hebben ondergaan voor een psychische ziekte, gericht op het voorkomen en/of vroeg herkennen door het individu zelf van terugkeer van de klachten. Terugvalpreventie vormt vaak de laatste fase van de behandeling.

De behandeling binnen GGZ Veenendaal is opgesplitst zoals vanaf 2014 van kracht is. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen generalistische-basis GGZ en specialistisch GGZ. Hieronder hebben we de belangrijkste verschillen uiteen gezet, zoals die formeel omschreven zijn. Ook hebben we kort beschreven hoe wij dat uitgewerkt hebben.

Generalistische Basis GGZ

Specialistische GGZ

Dit is voor cliënten met problematiek van lichte ernst, waarbij sprake is van een laag risico, een enkelvoudig beeld of eventueel lage complexiteit en aanhoudende of persisterende klachten.

Voor cliënten met problematiek van matige ernst, waarbij sprake is van een laag tot matig risico, een enkelvoudig beeld of eventueel lage complexiteit en de duur van de klachten beantwoordt aan de criteria uit de richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.

Er is sprake van ernstige problematiek, waarbij sprake is van een laag tot matig risico, een enkelvoudig beeld of eventueel lage complexiteit en de duur van de klachten beantwoordt aan de criteria uit de richtlijn voor het betreffende ziektebeeld.

Bedoeld voor cliënten met instabiele of stabiele chronische problematiek, waarbij sprake is van een laag tot matig risico. Vaak hebben cliënten een traject binnen de GGGZ achter de rug en is er veelal sprake van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. Cliënten hebben bijvoorbeeld behoefte aan onderhoudsbehandelingen, zorggerelateerde preventie en zorgcoördinatie. Behandeling wordt ingezet met als doel om de cliënt te stabiliseren of stabiel te laten blijven.

De meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken).

Er zijn duidelijke aanwijzingen (ook intuïtief) die kunnen duiden op gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing of verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, (huiselijk) geweld, kindermishandeling of automutilatie.

Klik hier voor een flow chart van het keuzeproces. Kijk hier onder voor definities en instrumenten. Er is in het veld nog geen volledige overeenstemming over hoe deze begrippen te hanteren.

Niet officieel onderscheid tussen POH en basis GGZ. Uitgangspunt is dat cliënten die globaal op hun oude niveau kunnen blijven functioneren, maar steun nodig hebben om dit vast te houden of te verbeteren, bij de praktijkondersteuner terecht kunnen.

Dit onderscheid gaat over de focus: moeten nieuwe vaardigheden of zienswijzen worden aangeleerd, of heeft iemand voldoende zelfredzaamheid om met enige steun zelf de stappen te zetten die nodig zijn om weer goed verder te kunnen?
Waar de praktijkondersteuner vooral volgt en steunt, kan binnen de kortdurende basis GGZ nieuw gedrag worden uitgeprobeerd.

Bij enkelvoudige problematiek is sprake van één probleem of probleemgebied. Bijvoorbeeld een enkelvoudige fobie of angst, of een eenmalige kortdurende sombere periode.
Protocollen zijn geschreven voor dit soort enkelvoudige problematiek, waarbij de ontstaansgeschiedenis of bijvoorbeeld persoonlijkheidskenmerken of de omstandigheden buiten beschouwing kunnen blijven.

Het risico dat de cliënt of zijn omgeving ernstig in de problemen komt. Dat kan op diverse gebieden zijn, zoals dreigend ontslag, een dreigende destructieve relatiebreuk. Het gevaar voor verergering van de klachten, waarmee intensieve en/of langdurige behandeling noodzakelijk zou kunnen gaan worden.

 

Naast deze indeling hanteren verzekeraars de volgende specialisaties:

Centrumfunctie: behandelingen of voorzieningen die regionaal beschikbaar moeten zijn, maar waarbij de exploitatie te kostenintensief is om deze heel lokaal te organiseren. Denk in dit verband aan de crisisdienst, ECT, methadonverstrekking en (F)act-teams.

Topreferente zorg: die zorg waarbij bovenregionale of zelfs landelijke concentratie van het behandelaanbod is aangewezen. Dit vanwege de hoge complexiteit van de zorgvraag en/of het lage volume van de vraag, in combinatie met het daarbij benodigde (schaarse) hoge kennisniveau van de behandelaar.