Logo
Logo

Wat is er aan de hand?

Deze pagina gaat over psychodiagnostisch onderzoek. Dat gaat over methoden en middelen die psychologen kunnen inzetten om meer duidelijkheid te krijgen over wat er aan de hand is en wat verstandig is om in behandeling wel en niet te doen. Dit psychodiagnostisch onderzoek (PO) kan helpen vragen te beantwoorden die in een gesprek lastiger zijn te beantwoorden.
Hoewel er allerlei vormen zijn, beperken we ons hier tot drie categorieën psychodiagnostiek:

Gespreksdiagnostiek

Dit is de methode die het meest gebruikt wordt. Elke hulpverlener heeft een aantal vragen in zijn hoofd, of op papier, die hij wil stellen om tot een juiste diagnose te komen. Bij de een is dat heel gestructureerd, de ander gaat met iemand in gesprek en laat het meer vrij. Om snel diagnostiek te kunnen doen werken huisartsen en praktijkondersteuners vaak gestructureerd, bijvoorbeeld aan de hand van een lijst met vragen die ze stellen.
Een andere, ingewikkeldere manier van psychodiagnostiek door gesprek zijn semi-gestructureerde interviews. Dan heeft de onderzoeker een strategie om uit te vinden wat er met u aan de hand is. Binnen GGZ Veenendaal gebruiken we een aantal van dit soort methoden, waaronder het Structureel Interview.

Vragenlijsten

We gebruiken vaak vragenlijsten om op een iets andere manier zicht te krijgen op wat er aan de hand is, of wat we in behandeling het beste kunnen doen. Dat kan een enkele vragenlijst zijn, maar het kan ook een aantal vragenlijsten zijn. Die kunt u bij ons invullen, die kunt u mee naar huis nemen, of sommigen vragenlijsten kunt u via internet invullen.De meeste vragenlijsten zijn genormeerd. We vergelijken bijvoorbeeld uw score met 'de gemiddelde Nederlander', of soms met uw eigen eerdere score bij herhaald invullen. Vragenlijsten zijn nooit een bewijs dat u iets wel of niet heeft, maar het is een hulpmiddel in de diagnostiek.

Testdiagnostiek

Soms gebruiken we opdrachten en testen, zoals puzzels of rekensommen, om duidelijker te krijgen hoe iemand functioneert. Het gaat dan vooral om het bepalen van cognitieve functies, zoals geheugen, aandacht, of in bredere zin intelligentie.
Wanneer we denken dat sprake kan zijn van verstoring in deze functies ten gevolge van een aandoening, kunnen we neuropsychologisch onderzoek doen. Daarmee kunnen we meer zeggen over de relatie tussen iemand's presteren op de test en een mogelijke aandoening die daaraan ten grondslag ligt. Dat kan bijvoorbeeld dementie zijn.

We kunnen alleen (aanvullend) psychodiagnostisch onderzoek doen als dat voor de behandeling nodig is.